Een maandje geleden waren we op de opening van de U3 Triennial in Ljubljana, Slovenië. ‘An Idea for Living: Realism and Reality in Contemporary Art in Slovenia’ is samengesteld door Charles Esche en heeft enige raakvlakken met de Biënnale in Berlijn van dit jaar, die ook verbanden legt tussen het realisme uit de 19e eeuw en de kunst van nu.
“Niet tegen de muren hangen, de ruimt is speciaal wit geschilderd voor deze expositie en we gaan zo ook sluiten, want we zijn alleen met daglicht open.” Inderdaad stapte ik een erg witte, esthetische tentoonstelling binnen. Buiten sneeuwde het die dag en wat me opviel was dat zelfs Almere iets moois had, bedekt door een dun laagje sneeuw. De sneeuwbeelden die zich door de ramen van De Paviljoens aandienden, wonnen het haast van het minimale en abstracte werk, maar in sommige gevallen versterkten ze juist het werk. Sneeuw tegenover modder, schoonheid en goedheid tegenover slechtheid en lelijkheid, dat soort ouderwetse en basale ideeën kwamen in mij op toen ik de tentoonstelling ‘Only the Title Remains’ van Germaine Kruip bezocht.
In Kunsthalle Zürich bezocht ik vorige week een tentoonstelling die leek in te gaan op de vragen die Ruchama stelt in een vorige post. Die ingaat op zowel het individuele als het collectieve binnen een groepstentoonstelling. Die, in ieder geval, de vragen die een groepshow met zich meebrengt onderzoekt. Een theoretisch uitgangspunt, maar verwezenlijkt door een groep kunstenaars.
De tentoonstelling komt voort uit een eerder project van kunstenaar Ei Arakawa, waarin hij andere kunstenaars uitnodigde samen te werken, binnen zijn ‘solo’-tentoonstelling. In de Kunsthalle Zürich nodigde Ei Arakawa vier kunstenaars uit, samen een presentatie te maken: Nikolas Gambaroff, Nick Maus, Nora Schultz en Kerstin Brätsch (die op haar beurt weer samenwerkt met Adele Röder in: DAS INSTITUT). Daarnaast werden Klara Liden, Carissa Rodriguez en Nora Schultz uitgenodigd om ‘individuele projecten’ te laten zien in de setting gecreëerd door de andere kunstenaars.
Op de allerlaatste dag van de internationale groepstentoonstelling ’Depression’ ben ik alsnog afgereisd naar Maastricht om de expositie bij Marres te bekijken. De expositie werd gepresenteerd als onderdeel van het programma ‘de Avant-Garde’ van Marres, dat zich de komende tijd richt op de 20ste eeuw en het idee van avant-garde.
De voornaamste redenen om de tentoonstelling te bezoeken waren mijn nieuwsgierigheid naar het programma, nadat ik recensies had gelezen over de afgelopen expositie ‘The Russian Schizorevolution: an exhibition that might have been’ en het werk van Stephan Dillemuth, een kunstenaar uit München die een zelfde soort onderwerpen onderzoekt in zijn werk als waar ik zelf mee bezig ben. Op zijn website - http://www.societyofcontrol.com – onderzoekt hij de geschiedenis van de ‘Reform-beweging’.
Tomáš Džadoň, ‘Super Flat / Super plocha’, polyutethanen houten balken, stalen constructie, elektrische motor, 400 x 300 cm, 2007
Het is niet de referentie naar de verdwijning van post-socialistische architectuur, waar het werk van Tomáš Džadoň (1981, Slowakije) vaak over gaat, wat mij intrigeert aan dit werk. Het is niet de boodschap van een omgeving die verandert zonder dat je werkelijk de verandering hebt opgemerkt, niet de uitbeelding van de overgangsperiode in voormalige Oostblok landen, de verdwijning van een bepaalde periode. Het is niet de ongewilde veranderingen in een politiek systeem waar je geen grip op lijkt te hebben, wat ik zoek in dit werk. Of de controle op de uitkomsten van een overgangsperiode, waarin het voornaamste uitgangspunt bij de oprichting van de nieuwe maatschappij, waarop de samenleving in feite zal berusten, er een zou moeten zijn van gelijkheid van onderlinge verhoudingen, vrijheid en onafhankelijkheid; een uitgangspunt waaraan in geen geval mee gerommeld mag worden. En als dat laatste wel het geval is, het verlangen om terug te kijken waar het precies mis ging. Dit is niet wat ik wilde zeggen.
Er is geen binnen en buiten in dit werk, geen interieur, geen veilige ruimte. Dit werk is een grote ontkenning van wat is en wat je ziet. Het werk speelt een spelletje met de kijker. Het is een valse façade die het werkelijke beeld verbergt. Hoewel, wij zien wat er gebeurt. Wij zien hoe de bruine façade verandert in een crèmekleurige façade. Maar de persoon die de deurpost passeert ziet alleen de bruine façade, en treedt voortdurend niemandsland binnen. Alsof iemand iets achter zijn of haar rug verstopt. Als je probeert om de persoon heen te draaien om te kijken wat er verstopt wordt, draait deze persoon plagerig met je mee. Nee, je mag het niet zien. Het is een bevestiging van de nieuwsgierige wens om altijd te willen weten wat er zich achter de façade afspeelt, wat er zich afspeelt in de wereld als je slaapt of als je geen krant, tv of internet tot je beschikking hebt.
Op weg naar de Franse Pyreneëen maakten we een tussenstop in Avignon voor een grootse overzichtstentoonstelling van Roni Horn bij Collection Lambert en Avignon. Het museum is een verkoelende oase na een lange reis richting het zuiden. Hoewel het werk ons niet onbekend is vanuit bijvoorbeeld de collectie van De Pont, is het indrukwekkend om te zien hoe foto’s, tekeningen en sculpturen hier zijn samen gebracht tot één totaal-installatie. Plaatsing en combinaties zijn, op het enge af, nauwkeurig gecomponeerd.