Das Weisse Band van Michael Haneke is in essentie een ‘Whodunit’. De film opent met een mysterie. Via de ogen van een verteller kijken we terug naar enkele bizarre gebeurtenissen die in zijn dorp plaatsvonden in 1913. De verteller is de leraar van een kleine basisschool in Eichwalde, Duitsland. Het dorp leeft volgens strikte tradities waar de landheer en dominee (religie) regeren. In de film komen de gezinnen van de dominee, de landheer, de dokter (een weduwnaar) en de boer naar voren.
Het alweer een tijd geleden dat ik in de Paradiso naar de Fleet Foxes ben geweest. Een onvergetelijke avond. Vooral het moment dat Robin Pecknold, leadzanger van de band, in zijn eentje voor aan het podium gaat staan en zonder versterking een lied begint te zingen de zaal in.
De boekschouwing van de Fernand Baudin Prijs voor de mooiste Brusselse en Waalse boeken vond plaats in een ontruimd lokaal in de ERG, École de recherche graphique, in Brussel. De binnenkant van dat gebouw is haast verstopt; van de straat heb je geen vermoeden van het kronkelige interieur. Pas toen we het trapje op liepen begonnen we iets van de diepte van het gebouw te vermoeden. Op de gang waren studenten bezig de resultaten van een ontwerpopdracht op de muur te bevestigen. Ze schenen zich niet bewust te zijn van het groepje juryleden dat hen passeerde en achter een dichte deur verdween: ne pas déranger.
Als kind voelde ik me soms geketend in mijn eigen lijf. Dan was ik zo kwaad dat ik zo uit mijn eigen vel kon springen. Maar dat kon helaas niet. Zeker niet als je volwassen bent en dat gevoel je weer bekruipt. Dan houd je je in. Je kan makkelijker relativeren. Helaas. Soms is het namelijk goed om heel hard een wolvenbrul te laten klinken; Awooooh!
“Niet tegen de muren hangen, de ruimt is speciaal wit geschilderd voor deze expositie en we gaan zo ook sluiten, want we zijn alleen met daglicht open.” Inderdaad stapte ik een erg witte, esthetische tentoonstelling binnen. Buiten sneeuwde het die dag en wat me opviel was dat zelfs Almere iets moois had, bedekt door een dun laagje sneeuw. De sneeuwbeelden die zich door de ramen van De Paviljoens aandienden, wonnen het haast van het minimale en abstracte werk, maar in sommige gevallen versterkten ze juist het werk. Sneeuw tegenover modder, schoonheid en goedheid tegenover slechtheid en lelijkheid, dat soort ouderwetse en basale ideeën kwamen in mij op toen ik de tentoonstelling ‘Only the Title Remains’ van Germaine Kruip bezocht.
In Kunsthalle Zürich bezocht ik vorige week een tentoonstelling die leek in te gaan op de vragen die Ruchama stelt in een vorige post. Die ingaat op zowel het individuele als het collectieve binnen een groepstentoonstelling. Die, in ieder geval, de vragen die een groepshow met zich meebrengt onderzoekt. Een theoretisch uitgangspunt, maar verwezenlijkt door een groep kunstenaars.
De tentoonstelling komt voort uit een eerder project van kunstenaar Ei Arakawa, waarin hij andere kunstenaars uitnodigde samen te werken, binnen zijn ‘solo’-tentoonstelling. In de Kunsthalle Zürich nodigde Ei Arakawa vier kunstenaars uit, samen een presentatie te maken: Nikolas Gambaroff, Nick Maus, Nora Schultz en Kerstin Brätsch (die op haar beurt weer samenwerkt met Adele Röder in: DAS INSTITUT). Daarnaast werden Klara Liden, Carissa Rodriguez en Nora Schultz uitgenodigd om ‘individuele projecten’ te laten zien in de setting gecreëerd door de andere kunstenaars.
Laatst woonde ik een heel vreemd optreden bij, van de band Polvo. Hun geluid wordt vaak aangeduid als math rock, gitaarmuziek “gekarakteriseerd door complexe, a-typische ritmestructuren (zoals onregelmatige pauzes), hoekige melodieën en dissonante akkoorden”. Wat dat ook moge betekenen. Ik had hun laatste album In Prism een aantal keer geluisterd en ik kon er niet de vinger opleggen. Ik vond het mediocre en ongebalanceerd; luisterde er eigenlijk alleen naar omdat ik het niet begreep.
Op de allerlaatste dag van de internationale groepstentoonstelling ’Depression’ ben ik alsnog afgereisd naar Maastricht om de expositie bij Marres te bekijken. De expositie werd gepresenteerd als onderdeel van het programma ‘de Avant-Garde’ van Marres, dat zich de komende tijd richt op de 20ste eeuw en het idee van avant-garde.
De voornaamste redenen om de tentoonstelling te bezoeken waren mijn nieuwsgierigheid naar het programma, nadat ik recensies had gelezen over de afgelopen expositie ‘The Russian Schizorevolution: an exhibition that might have been’ en het werk van Stephan Dillemuth, een kunstenaar uit München die een zelfde soort onderwerpen onderzoekt in zijn werk als waar ik zelf mee bezig ben. Op zijn website - http://www.societyofcontrol.com – onderzoekt hij de geschiedenis van de ‘Reform-beweging’.
November. IDFA is weer begonnen. Zoals ieder jaar kap ik me een week vantevoren een weg door het oerwoud van het documentaire-aanbod. Ik geniet van de onverstoorbaarheid waarmee men meerdere dagen achtereen door de hal van de vreselijk commerciële Pathé-bioscoop kan marcheren, om zich onder te dompelen in een urgent werkelijkheidsperspectief. Het is één van de weinige periodes in het jaar waar de inspiratie zakelijk en in stilte door een publiek kan worden opgenomen, als in een bibliotheek. Documentaires kijken is een serieuze aangelegenheid.
About two weeks ago I was just on time to see the exhibition of Tomoko Kawachi (Chiba, Japan, 1974) at Art Singel 100, an unknown (more or less hidden) gallery space to me. It was the first time I saw her work again since we both left the Rijksakademie in 2006. She usually paints big canvases, twice her size at least, but there’s also small sculptures and a big output of drawings that work more or less like a diary. Her work is very powerfull but modest at the same time, mysterious but playfull, probably that’s why it reminds me also of the work of René Daniëls. I emailed Tomoko some questions about the show and last week everyday another question got answered. Sometimes they read like riddles, quite similar to some of her works actually, but by emailing back and forth, Tomoko and I managed to put things together…
De Ateliers is holding their semi-annual artist talks. Very straight forward- just an artist telling in his/her own words how he/she thinks about the work. Ten days ago Haegue Yang presented her work. We went to listen. Haegue Yang told us she would present her work in ‘the usual way’ but that the public was welcome to interrupt. That would create space for her to improvise.
Just think of me as one you never figured. (Neil Young, ‘Powderfinger’)
Een tijd terug sprak ik met een Engelse curator die zo ondersteboven was van Neil Young’s (authorized) biografie door Jimmy McDonough: ‘Shakey’, dat hij het boek als verplichte kost wilde voorschrijven aan zijn studenten. Zo’n aanbeveling maakt natuurlijk nieuwsgierig, kleine kans dat ik anders ooit aan het boek was begonnen.
Wouter Osterholt en Elke Uitentuis aan het werk in Leeuwarden
Vandaag een dagje Leeuwarden, voor het project Yourspace/Myspace van kunstenaarsiniatief VHDG (Voorheen De Gemeente), waar ik zelf ook een bijdrage aan zal leveren. Aan de rand van de ‘Vrijheidswijk’ trof ik daar op een modderig grasveldje Wouter Osterholt en Elke Uitentuis, druk in de weer met hun bijdrage: ‘Uitspraakronde’, “een project over de inspraak binnen de stedenbouwkundige ontwikkelingen in de Vrijheidswijk.” Zij maakte een bouwbord, waarop al enkele dagen, steeds verschillende uitspraken, gedaan tijdens inspraakrondes omtrent de toekomst van deze probleemwijk, te lezen zijn. Constant worden de quotes op het bord ververst, wat veel interessante gesprekken met buurtbewoners oplevert. Het project is te volgen via het weblog: uitspraakronde.nl
Vorige week bracht ik een bezoek aan de show van Muzi Quawson (1978) die nog tot 17 oktober te bezichtigen is bij Annet Gelink. De show getiteld ‘The Old Home’ toont een gedigitaliseerde 16 mm film van ongeveer een kwartier over een man van middelbare leeftijd, Ivar “Duke” T. Pederson, die een afgezonderd bestaan leidt als cowboy in Glasgow, Northeastern Montana (USA). Twee jaar werkte ze aan deze film, een portret van een outsider in het machtige landschap van Amerika. In de achterruimte van de galerie is daarnaast de dia-show: ‘The Hissing of the Summer Lawns’ te zien, een portret van een doorsnee Amerikaans gezin in Georgia.
Tomáš Džadoň, ‘Super Flat / Super plocha’, polyutethanen houten balken, stalen constructie, elektrische motor, 400 x 300 cm, 2007
Het is niet de referentie naar de verdwijning van post-socialistische architectuur, waar het werk van Tomáš Džadoň (1981, Slowakije) vaak over gaat, wat mij intrigeert aan dit werk. Het is niet de boodschap van een omgeving die verandert zonder dat je werkelijk de verandering hebt opgemerkt, niet de uitbeelding van de overgangsperiode in voormalige Oostblok landen, de verdwijning van een bepaalde periode. Het is niet de ongewilde veranderingen in een politiek systeem waar je geen grip op lijkt te hebben, wat ik zoek in dit werk. Of de controle op de uitkomsten van een overgangsperiode, waarin het voornaamste uitgangspunt bij de oprichting van de nieuwe maatschappij, waarop de samenleving in feite zal berusten, er een zou moeten zijn van gelijkheid van onderlinge verhoudingen, vrijheid en onafhankelijkheid; een uitgangspunt waaraan in geen geval mee gerommeld mag worden. En als dat laatste wel het geval is, het verlangen om terug te kijken waar het precies mis ging. Dit is niet wat ik wilde zeggen.
Er is geen binnen en buiten in dit werk, geen interieur, geen veilige ruimte. Dit werk is een grote ontkenning van wat is en wat je ziet. Het werk speelt een spelletje met de kijker. Het is een valse façade die het werkelijke beeld verbergt. Hoewel, wij zien wat er gebeurt. Wij zien hoe de bruine façade verandert in een crèmekleurige façade. Maar de persoon die de deurpost passeert ziet alleen de bruine façade, en treedt voortdurend niemandsland binnen. Alsof iemand iets achter zijn of haar rug verstopt. Als je probeert om de persoon heen te draaien om te kijken wat er verstopt wordt, draait deze persoon plagerig met je mee. Nee, je mag het niet zien. Het is een bevestiging van de nieuwsgierige wens om altijd te willen weten wat er zich achter de façade afspeelt, wat er zich afspeelt in de wereld als je slaapt of als je geen krant, tv of internet tot je beschikking hebt.